Over Florine

Mijn culinaire schrijverij begon in april 1988 met de medewerking aan de kookrubriek ‘Recept’ van NRC Handelsblad. Vanaf dag één gaf ik ieder recept een oorspronkelijke achtergrond. Daardoor kreeg het een brede insteek die de belangstelling van de lezer vasthoudt. De omlijsting van een recept moet lezen als een spannende vertelling waarbij je iets opsteekt over smaken, ingrediënten, technieken of specifieke gebruiken.

Als je het goed hebt gedaan als receptenschrijver wordt de thuiskoker meteen aangezet tot het maken van het gerecht in kwestie. Het geeft je daarmee vooral de verplichting dat het recept technisch moet kloppen zodat thuiskokers worden behoed voor mislukkingen. Zo kook ik mijn recepten niet één, maar twee of zelfs drie keer door, om er zeker van te zijn dat werkwijze, hoeveelheden, kooktijden en oventemperaturen juist zijn; maar vooral ook dat de uiteindelijke smaak van het gerecht mij zint. Een succesvol gerecht, hoe eenvoudig ook, brengt geluk achter het fornuis en voldoening aan tafel.

Mijn belangstelling voor onbekende gerechten is van jongs af aan gevoed. Dankzij mijn Franse moeder en haar in Italië wonende zuster werden vakanties in mijn jonge jaren doorgebracht in Frankrijk en Italië, landen waar de smaak van het eten hoogtij viert aan tafel. De Franse en Italiaanse keukens vormen als het ware mijn ‘geboortegronden’ waarbij ik een voorkeur heb ontwikkeld voor Italiaanse gerechten vanwege hun eenvoudige bereiding en heldere smaken.

In latere jaren werd mijn belangstelling voor buitenlandse gerechten brandend gehouden door mijn toenmalige werkzaamheden als inkoper en stylist voor een trendsetting winkelbedrijf. Ik reisde daarvoor veel in het rond en at derhalve ook in het rond. Voor mij was het in den vreemde eten een heel gelukkige bijkomstigheid. Het zoeken naar nieuwe en aparte artikelen voor het assortiment van de winkels tijdens die inkoopreizen en mijn latere journalistieke werkzaamheden waarvoor je er ook op uit moet, bleken behalve het avontuur van het onbekende, één zeer belangrijk aspect gemeen te hebben: je moet met iets goeds thuiskomen! Dat is de drijfveer in mijn leven.

Mijn culinaire werkzaamheden voor NRC Handelsblad werden eind 2008 beëindigd, maar de culinaire schrijverij was inmiddels een steeds groter werkterrein voor mij geworden. Gedurende al die jaren verleende ik medewerking aan diverse kookrubrieken, maakte kookboeken met collega’s en met een voedingsmicrobioloog van de Wageningen Universiteit. Van belangrijke buitenlandse chefs vertaalde ik kookboeken of ik schreef voor grote chefs in Nederland hun kookboek. Daarnaast maakte ik eigen kookboeken en schreef (reis)artikelen met een culinaire inslag voor geïllustreerde bladen. En dat doe ik nog steeds. Er is ook weer een nieuw kookboek, ditmaal over risotto in de breedste zin van het woord: Tutto Risotto. Het boek heeft sedert verschijnen eind oktober 2013 inmiddels een vierde druk gekregen in november 2014.

Mijn kennis van zaken komt voort uit nieuwsgierigheid en het noodzakelijke uitpluizen van onderwerpen waarover je schrijft. Dat brengt vaak interessante ontmoetingen met producenten met zich mee – zowel om de hoek als ver weg. Al deze aspecten verbreden het speelterrein rond het fornuis. En daarover schrijf ik nu eenmaal graag.